Na mijn pensionering en na het overlijden van mijn man ben ik met iets nieuws begonnen: ik ben gaan schrijven en gaan schilderen. Deze website was in eerste instantie alleen gericht op het schrijven. In mijn boek beschrijf ik mijn eerste schilderpogingen als volgt: ”Ik geef me op voor een schildercursus en kom terecht bij een groep die al een paar jaar samen les krijgt. Ik vind het niveau onbenaderbaar hoog. De docent is een enthousiaste vrouw en zij helpt me over de eerste schroom heen. Gewoon beginnen op zo’n wit doek. Pak een stuk krant, lijm het op het doek, strooi wat zilverzand in de lijm en kijk of je figuren kunt ontdekken. Accentueer die figuren met Oost-Indische inkt of met verf. Wat een opdracht! Het klinkt zo simpel, maar doe het maar eens! Niet zo priegelen, je moet het groter aanpakken en tot mijn stomme verbazing is na twee lessen duidelijk een os op het doek te ontdekken, die net een hap hooi naar binnen werkt.”  Met deze schildergroep nam ik deel aan exposities in het Kunstencentrum en bij Zorginstelling Auxiliatrix te Venlo.

Het schilderen is me steeds meer gaan boeien en sinds drie jaar volg ik er een serieuze opleiding voor bij Vrije Academie ’t Pad in Kesteren. Ook dit valt onder de titel “Je hoort het zo vaak”: mensen ontwikkelen na hun pensionering een nieuwe hobby en verrijken die met een studie. Bekende kunstenaars begonnen vaak met het imiteren van illustere voorgangers. Zij lieten zich inspireren door kunststromingen uit eerdere tijden. In die fase zit ik nu ook. Het komend jaar wil ik verder gaan met het ontwikkelen van een eigen stijl. Waarschijnlijk ga ik mij specialiseren in het maken van collages.

Een vereiste voor toegang tot het laatste leerjaar van mijn opleiding is het organiseren van een expositie. Op een prachtige zaterdag in mei kwamen zestig mensen naar mijn tuin om de resultaten te bekijken. Ik heb aan hen gevraagd bij welk werk zij wat langer stil bleven staan en of zij daar de oorzaak van konden benoemen. De meest genoemde werken vind je hieronder in mijn portfolio.