En dan is het eindelijk zo ver. Vijfentwintig mensen, familie en vrienden, nemen de moeite om naar mij toe te rijden. Ze komen uit alle delen van het land. Het is zaterdag, de stad zit vol en ze hebben moeite om een plaats voor de auto te vinden..

Vandaag ben ik jarig. Maar veel belangrijker: vandaag presenteer ik mijn boek! Een boek waar ik een jaar aan heb gewerkt, van kerst tot kerst.

Ik vind het spannend en heb voor deze gelegenheid een nieuwe jurk gekocht. Een dunne, terwijl het buiten vriest. Niet zo slim. Het probleem word opgelost met T-shirts onder de jurk en een dikke maillot. Want straks gaan we naar buiten.

Twee mensen hebben een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het boek.

Een vriendin die ik pas twee jaar ken. We hebben elkaar ontmoet in een gespreksgroep voor lotgenoten. Het klikt en we ontdekken dat we allebei aan het schrijven zijn. Die ontdekking resulteert in een aantal dagen samen opwerken. De eerste resultaten aan elkaar voorlezen, de inhoud bespreken en commentaar geven. Zij zegt: jouw verhaal mag wel wat smeuïger, het is zo kortaf, zo ambtelijk. Ik zeg: jij mag wel wat minder woorden gebruiken, het lijkt wel spreektaal.

De tweede is een vriend die ik al 46 jaar ken. We waren jaargenoten en buren. Hij komt pas in beeld als het boek bijna klaar is. Als oud-redacteur is zijn commentaar vooral taal technisch: de overgang van dit hoofdstuk naar het volgende is wel erg abrupt, deze zin loopt niet, hier ontbreekt een woord en deze taalfout is storend.

Aan beide heb ik gevraagd om vandaag iets over het boek te vertellen. En dat doen ze, alle twee op hun eigen manier. De een levendig, de ander degelijk. Zij hebben het boek leesbaarder en logischer gemaakt.

Zelf vertel ik ook nog iets. Ik memoreer dat vandaag mijn eerste feest is met een paar gasten die Henk niet hebben gekend. En ook dat het boek niet geschreven zou zijn als Henk niet overleden was. Verwarrende gedachten.

En dan komt het moment dat ik het boek echt uit handen moet geven. Een moment waarnaar ik heb verlangd en dat ik vrees. Nu kan ik niet meer terug, ik moet het los laten en ik vind het eng.

Er zijn bubbels en er wordt geproost. Op het boek en op mijn verjaardag.

We gaan naar buiten de vrieskou in. Eerst een stadswandeling maken en dan naar de kroeg.  En vanavond? Vanavond beginnen de eersten met lezen…….